Sla navigatie over

Geschiedenis van de Dokkumer Grenaet

Heb je zelf een andere versie van de legende van de Grenaet/Granaet? mail hem dan naar info@granaet.nl. We zullen hem dan op deze site publiceren.

Lang, lang geleden, zo omstreeks het jaar 1600, liep er een schipper met een mand op zijn schouder door de oude stad Dokkum (Dockum). Het was heel vroeg in de morgen en in het anders zo drukke stadje was het nog erg rustig en vredig: behalve de vogels in de hoge bomen bij het stadhuis, die waren al druk in de weer en in de mand van onze schipper was het ook een en al beweging.

Kijk, als de Dokkumers toen even hadden gekeken, zouden ze hebben kunnen zien dat er plotseling iets op de rand van de korf verscheen en ineens, floep op de grond terecht kwam

Laat dat nu net voor de deur van een van de Dokkums’ vroede vaderen gebeuren en toen de dienstbode de stoep zou schrobben, zag ze het monster in al zijn naaktheid op straat liggen. Ze schrok zo, dat ze schreeuwend het huis in vluchtte.

“Vroedman, Vroedman, kom vlug, er ligt een afschuwelijk monster op de stoep!” Vroedman Grada sukkelde in rood baaien hemd met een witte slaapmuts op zijn kale hoofd en afzakkende kousen naar voren en schrok zich eveneens een hoedje.

Ondertussen waren er al meer burgers op de been en langzaamaan hadden zich zo’n vijftigtal mensen om het vreemde wezen geschaard.
“Het is een Gods oordeel”, zei de evangelist. “Raak het niet aan, het kan ons het leven kosten”.
“Ja, of de pest brengen”, zei een oud vrouwtje, “of een andere kwalijke ziekte”.
“Welnee m’n lieve mensen”, zei een potige turfdrager, “het stomme beest heeft geen kwaad in de zin. Geef me een paar pintjes bier, dan zal ik voor jullie het ding in m’n mand leggen en het brengen waar jullie ‘em willen hebben”.
“Akkoord!” zei de vroedman Grada, “dan moet het dier naar het stadhuis gebracht worden en dan kan de burgemeester oordelen wat er moet gebeuren”.
Ernstig zette de stoet zich in beweging en plechtig werd de mand met de kreeft –want dat was het- de trappen van het stadhuis opgedragen.

De burgemeester liet in allerijl de raad bijeenkomen voor een besloten vergadering. Alle eerbiedwaardige hoofden van Dokkum bogen zich over de mand met het vreemde creatuur en peinsden zich de arme hoofden suf met de vraag wat of dit wel voor een beest kon zijn. Maar, hoe ze ook hun best deden, ze kwamen er niet uit en daarom liet de burgemeester de stadhuisbode komen.
De bode was een wijze man: hij liep een paar maal om de mand heen en riep toen plotseling: “Ik weet het, mijnheer de Burgemeester! Hij heeft scharen aan zijn lijf. Het is een kleermaker die op handen en voeten loopt!”
“Goed”, zei de Burgemeester, “we zullen de proef op de som nemen. Haal mij een lap bombazijn: wij zetten het dier op de stof en dan zullen we zien of hij mij een nieuw pak kan knippen”.

Zo gezegd, zo gedaan. Het beest werd op de lap stof gezet en …. het begon te lopen! De stadhuisbode moest met een scherpe schaar precies zo knippen als de kreeft dit aangaf. Toen werd de Dokkumer kleermaker gehaald en deze moest de jas in elkaar zetten. Maar, dat zielige kleermakertje huiverde van ontzetting toen hij dat beest zag en het rare werk dat hij geleverd had. “Het is een duivel!” zei hij bibberend. “Jullie moeten hem verzuipen”. “Ja”, schreeuwde de raad, “we gaan hem verzuipen”.

En zo gebeurde het dat de garnaal weer in zijn element terecht kwam.
Veel later hebben een paar vissers hem in de Dokkumer grachten gevonden. Groot en sterk van de vele lekkere hapjes die de burgers in de gracht lieten vallen.

“We zullen de grenaet aan de ketting leggen, zonder de Zijl”, zeiden ze en daar ligt-ie vandaag de dag nog. Wiet het niet wil geloven moet maar komen kijken. Door dit verhaal kreeg Dokkum zijn scheldnaam van de grenaetestad.

(bron: onbekend, tekeningen en verbeteringen volgen nog)

email | disclaimer | laatst bijgewerkt: ongeveer 44 maanden geleden


Zoeken